Startende ondernemers kiezen vaker voor een besloten vennootschap (bv) als rechtsvorm voor hun bedrijf in plaats van te gaan werken als zzp’er via een eenmanszaak. De Kamer van Koophandel (KvK) waarschuwt: de risico’s rond schijnzelfstandigheid zijn hiermee niet verdwenen.
In het tweede kwartaal van 2025 kozen 10.611 starters voor een bv, een stijging van 21 procent ten opzichte van een jaar eerder, zo blijkt uit nieuwe gegevens van de KvK. De instantie wijst de verscherpte handhaving rondom schijnzelfstandigheid aan als mogelijke oorzaak.
Er is sprake van een hardnekkig misverstand, zegt de KvK. Veel ondernemers denken dat ze met een bv de risico’s rond schijnzelfstandigheid, en de aangescherpte controle daarop door de belastingdienst, kunnen omzeilen.
Maar dat is niet waar. Voor een eenmanszaak of bv gelden in de basis dezelfde regels, zegt ondernemersadviseur Gé Gijsen. “Zo mag er in beide gevallen geen sprake zijn van een gezagsverhouding tussen opdrachtgever en zelfstandige.”
Meer kosten
Volgens Gijsen hangt de juiste rechtsvorm af van het bedrijf. Zo kan een bv interessant zijn als de winst hoog genoeg is, omdat er dan fiscale voordelen kunnen gaan spelen. “Al met al is het hebben van een bv minder risicovol voor het privévermogen, maar een ondernemer heeft wel te maken met veel meer administratieve en financiële verplichtingen.”
Speelt de mogelijke verplichting tot een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers nog een rol in het feit dat starters vaker kiezen voor een bv? Dat zou kunnen, denkt Gijsen. De keuze voor een bv kan die verplichting voorkomen, tegelijkertijd is de maatregel nog onzeker. “Het lijkt voor veel ondernemers nog een ver-van-mijn-bed-verhaal, onder meer door het uitstel op uitstel.”
Sinds januari wordt er door de Belastingdienst strenger gehandhaafd op schijnzelfstandigheid: mensen die werken als zzp’er maar dat eigenlijk in loondienst zouden moeten doen. Bedrijven die de regels overtreden, kunnen te maken krijgen met naheffingen en op termijn zelfs boetes.
In onder meer de zorg en het onderwijs werd zodoende een rem gezet op de inhuur van zzp’ers. Het aantal mensen dat het aandurfde om als zelfstandige aan de slag te gaan liep flink terug: in het eerste kwartaal van 2025 daalde het aantal zzp’ers met 28.000 ten opzichte van 2024. “Jaar op jaar de eerste daling sinds de start van de reeks in 2013”, aldus het CBS.
Meer ondernemers stoppen
Ook de KvK ziet het ondernemersbestand in zijn handelsregister teruglopen. Het aantal startende ondernemers loopt terug in het tweede kwartaal van dit jaar, tegelijkertijd is een stijging te zien in het aantal stoppers.
De groei van het aantal vestigingen neemt al twee jaar af, zegt de instantie. Eind juni stonden er 2.588.747 vestigingen ingeschreven in het handelsregister.







